Zolang ik mij kan herinneren is tennis altijd mijn favoriete bezigheid geweest. Hard werken, al je energie in de bal stoppen, lekker rammen. Niet nadenken, gewoon gaan! Althans… tijdens de trainingen dan.

Wat me namelijk vooral óók is bijgebleven, is dat ik het heerlijk vond om te trainen. Drie, vier, soms vijf keer in de week. Twee, drie uur aan een stuk. Geen genoeg kreeg ik ervan! Wedstrijden spelen daarentegen? Niets voor mij. Daar zei ik liever nee tegen.

Mijn onzekerheid zat ‘m met name in mijn service. In tennis heb je per punt twee servicekansen. Mis je ze beide? Jammer, punt voor de tegenstander. De stress begon steeds al vóór mijn eigen servicegame. “Als ik maar geen dubbele fout sla,” dacht ik dan bij mezelf. En natuurlijk, je raadt het al. Mijn servicegames hingen vaak van dubbele fouten aan elkaar. Wat een afgang om vier dubbele fouten te slaan en je game te verliezen zonder dat je tegenstander überhaupt een bal had aangeraakt. Ik maakte mezelf steeds onzekerder, vertelde mezelf dat ik gewoon nooit zou leren serveren en bleef ondertussen alsmaar dubbele fouten slaan.

In de training oefende ik uren en uren op mijn service. Hoger opgooien, kortere armzwaai, meer spin: ik probeerde van alles. In mijn wedstrijden merkte ik er niks van. Hoe hard ik ook probeerde, die dubbele fouten bleven zich opstapelen. Tot een zeker moment. Met mijn trainer stond ik op de achterlijn, wéér services te trainen. Tot mijn ongenoegen leek niets te werken. Mijn onzekerheid over die stomme rotservice had totaal de overhand genomen. Mijn trainer liet me stoppen, keek me aan en sprak me toe: “Lauri, focus je nu eens niet op waar die bal terecht komt. Of ‘ie nou uitgaat, of in het net. Wat maakt het uit? Focus je op wat je doet! Als het hier goed gaat, gaat die bal vanzelf in.” Het is die laatste zin die mij altijd is bijgebleven.

Ik kon best serveren, maar mijn focus was enkel nog gericht op het resultaat. Die bal moest in. Ik mocht niet fout slaan. Ik mocht niet afgaan. Zonder dat ik me daar zelf nog bewust van was (ik was vijftien, en had nog nooit van sportpsychologie gehoord) zette ik vanaf dat moment de kracht van zelfspraak in. Het enige waar ik mij nog op focuste tijdens het slaan van een service was de volgende zin: “Als het hier goed gaat, gaat die bal vanzelf in”. Mijn service werd weer een vloeiende beweging, zonder de angst om af te gaan. Ik kreeg weer vertrouwen. Niet nadenken, gewoon gaan!

Jammer was dat ik net na deze ontdekking werd geconfronteerd met een langdurige blessure. Alsof het zo had moeten zijn kwam ik echter door de juiste samenloop van omstandigheden in aanraking met sportpsychologie. Een wereld ging voor me open. Ik leerde veel over mezelf. Over de kracht van mentaal trainen en hoe het kwam dat ik mijn dubbele fouten overwon. Inmiddels zijn we acht jaar verder en ben ik stapje voor stapje terug de tennisbaan op gekrabbeld. Vorige week speelde ik mijn eerste singlepartij en won! Ik had vertrouwen in mezelf, wist de juiste balans tussen spanning en ontspanning te vinden en bovenal; ik had mijn gedachten onder controle. Sportpsychologie heeft voor mij het verschil gemaakt: in mijn carrière, maar zeker ook op de tennisbaan!

Lauri Staats, Sport- & Prestatiepsycholoog

Wil je weten wat mentale training voor jou kan betekenen? Samen met 3 (oud-)topsporters en 10 collega sportpsychologen organiseren we op zondag 23 juni om 13:00 de “Win met je hoofd“ experience in Leiden, Rotterdam en Tilburg. In het programma ga je de kracht van mentale training ervaren. Er zijn 40 tickets per locatie. Het Earlybird tarief van €19,95 (i.p.v. €29,95) geldt tot 1 juni. Verzeker je nu van een plek.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *